English (beta) · translation in progress — some pages still show the Dutch source.

Glossary

Short definitions of architectural terms that appear in DakkapelWiki articles. Where possible, each term links to a comprehensive guide in the corresponding category.

B

Bbl
Besluit bouwwerken leefomgeving — onderdeel van de Omgevingswet dat sinds 1 januari 2024 het Bouwbesluit 2012 vervangt en de technische eisen voor bouwwerken bevat.
Bitumen
Dakbedekking op basis van geïmpregneerde rollen, in twee lagen (onderlaag en toplaag) aangebracht met warme of koude verwerking, geschikt voor platte daken van dakkapellen.
Boeiboord
Verticaal afwerkpaneel langs de dakrand van een dakkapel of plat dak, dat de constructie en dakbedekking aan het zicht onttrekt en beschermt tegen weersinvloeden.
Bouwbesluit
Verzameling landelijke minimumeisen voor bouwwerken op het gebied van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu — sinds 2024 opgevolgd door het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

C

Casco dakkapel
Dakkapel die als ruwbouwconstructie wordt geleverd, waterdicht en geïsoleerd, maar zonder binnenafwerking en installaties.
Condensvorming
Het neerslaan van waterdamp uit lucht op een oppervlak waarvan de temperatuur onder het dauwpunt ligt.

D

Dakbeschot
Plaatmateriaal of houten delen die op de sporen of gordingen liggen en de ondergrond vormen voor isolatie en dakbedekking.
Dakhelling
Hellingshoek van een schuin dakvlak ten opzichte van de horizontaal, uitgedrukt in graden — bepaalt onder andere de keuze van dakbedekking.
Dakkapel
Uitbouw in een schuin dakvlak waarmee extra stahoogte, daglicht en bruikbare ruimte op een zolderverdieping wordt gecreëerd.
Dakopbouw
Verhoging van (een deel van) het dak waarbij een nieuwe verdieping of stahoogte ontstaat, vaak in combinatie met nokverhoging.
Dakraam
In het dakvlak geplaatst raam dat geen uitbouw vormt en dus geen extra stahoogte oplevert, in tegenstelling tot een dakkapel.
Daktrim
Aluminium of kunststof randprofiel dat de dakbedekking aan de rand van een plat dakje afsluit en waterdicht maakt.
Dampopen folie
Folie aan de koude zijde van een dakconstructie die waterdamp doorlaat, maar regen en wind tegenhoudt.
Dampremmende folie
Folie aan de warme zijde van de constructie die de hoeveelheid waterdamp die in de isolatie kan dringen sterk beperkt.

E

EPDM
Synthetische rubberen dakbedekking (ethyleen-propyleen-dieenmonomeer) die als één geheel op platte daken wordt aangebracht.

G

Gordingendak
Dakconstructie waarbij gordingen — horizontale liggers tussen spanten of bouwmuren — de hoofddraagrichting vormen.

H

Houtskeletbouw
Bouwsysteem waarbij wanden, vloeren en dak uit een gesloten regelwerk van hout zijn opgebouwd, gevuld met isolatie.
HR++ glas
Hoogrendementsglas met een dunne metaalcoating en gasvulling tussen twee ruiten; standaard voor nieuwe kozijnen in dakkapellen.
HR+++ glas
Drievoudig isolatieglas met twee spouwen, lage U-waarde en hoge thermische prestatie, geschikt bij hoge isolatie-eisen.

K

Kierdichting
Het luchtdicht maken van naden en aansluitingen in de bouwschil om tocht, energieverlies en condensrisico te beperken.
Koudebrug
Plek in de bouwschil waar de isolatie wordt onderbroken of verzwakt en waarlangs verhoudingsgewijs veel warmte verloren gaat.

L

Loodslab
Strook van bladlood die de aansluiting tussen dakkapel en omliggende dakbedekking waterdicht afwerkt.

M

Muurplaat
Houten balk op de bovenzijde van een dragende muur waarop dakspanten of sporen rusten.

N

Nok
Hoogste, horizontale lijn van een schuin dak waar twee dakvlakken samenkomen.
Nokverhoging
Bouwkundige ingreep waarbij de nok van een schuin dak wordt verhoogd om extra stahoogte op de zolderverdieping te creëren.

O

Omgevingsplan
Gemeentelijk plan onder de Omgevingswet dat regels stelt voor de fysieke leefomgeving — opvolger van het bestemmingsplan.
Omgevingsvergunning
Bouwvergunning onder de Omgevingswet voor activiteiten die het bouwen, slopen of wijzigen van bouwwerken betreffen.
Omgevingswet
Nederlandse wet (in werking sinds 1 januari 2024) die 26 wetten over de fysieke leefomgeving bundelt, waaronder bouwen, ruimtelijke ordening en milieu.

P

Prefab dakkapel
Dakkapel die in de fabriek volledig wordt gefabriceerd en in één geheel op het bestaande dakvlak wordt geplaatst.

R

Raveel
Constructief onderdeel dat een opening in een vloer- of dakveld omzoomt en de onderbroken liggers opvangt.
Rc-waarde
Warmteweerstand van een constructie, uitgedrukt in m²K/W. Hoe hoger de Rc-waarde, hoe beter de thermische isolatie.

S

Slaper
Langshout dat op de bestaande dakconstructie wordt geplaatst om de dakkapel op te dragen en de belasting te spreiden.
Spant
Dragend driehoekig constructiedeel van een schuine kap, opgebouwd uit benen, trekstang en eventueel makelaar.
Sporenkap
Dakconstructie waarbij sporen direct van muurplaat naar nok lopen, zonder dragende gordingen.
Stahoogte
Verticale ruimte in een zolder of dakkapel waarin een persoon rechtop kan staan — meestal vanaf circa 1,90 m bruikbaar.

T

Tochtprofiel
Elastisch profiel in een kozijn dat bij sluiten een luchtdichte aansluiting maakt tussen draaiend deel en kozijnstijl.
Traditionele dakkapel
Dakkapel die ter plekke wordt opgebouwd, vaak met houten timmerwerk en afwerking op locatie.
Trekstang
Horizontaal element in een spant dat de horizontale spatkrachten van de spantbenen opneemt.

U

U-waarde
Warmtedoorgangscoëfficiënt van een bouwdeel, uitgedrukt in W/m²K. Hoe lager, hoe minder warmte door het bouwdeel verloren gaat.

V

Ventilatierooster
Voorziening in kozijn of gevel die gecontroleerde toevoer van verse lucht mogelijk maakt zonder dat een raam open hoeft.
Vergunningsvrij bouwen
Bouwen of verbouwen zonder omgevingsvergunning, mits aan strikte voorwaarden uit landelijke regelgeving wordt voldaan.
Verlegde nok
Variant op een nokverhoging waarbij de nok in horizontale richting wordt verplaatst naar een hoger gelegen punt.
Voorerfgebied
Deel van een perceel dat aan de openbare weg grenst en vóór de voorgevelrooilijn ligt; hier gelden strengere regels voor vergunningsvrij bouwen.

W

Welstand
Beoordeling of een bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand, vastgelegd in een gemeentelijke welstandsnota.

Z

Zetwerk
Op maat geplooide aluminium of zinken plaatdelen voor randafwerking, daktrim en aansluitingen van dakkapellen.
Zijwang
Verticaal zijvlak van een dakkapel dat de overgang vormt tussen het dakkapeldakje en het bestaande hellende dakvlak.
Zinken dakbedekking
Dakbedekking van zinken banen, vaak met staande felsen, met een lange levensduur en kenmerkende uitstraling.
Zolderverbouwing
Verbouwing waarbij een onbenutte zolder geschikt wordt gemaakt als woonruimte, vaak met isolatie, dakraam of dakkapel en afwerking.

See also: alphabetical index or all categories.