Vraag & antwoord · 2 min
De of het dakkapel?
Het is 'de dakkapel'. Het woord is vrouwelijk in het Nederlands — net als 'kapel'. Je zegt dus: 'de dakkapel staat op de achterkant', 'onze dakkapel is nieuw'.
Waarom 'de' en niet 'het'
Dakkapel is een samenstelling van 'dak' (het) en 'kapel' (de). In het Nederlands neemt een samenstelling het lidwoord van het laatste woord over. Omdat 'kapel' een de-woord is, wordt 'dakkapel' ook een de-woord.
Hoe gebruik je het in een zin?
Voorbeelden van correct gebruik: 'de dakkapel is geplaatst', 'onze nieuwe dakkapel', 'een grote dakkapel met drie kozijnen', 'die dakkapel daar'. In verkleinvorm wordt het wel 'het dakkapelletje' — alle verkleinwoorden zijn het-woorden.
