Dakkapellen algemeen

Geschiedenis van de dakkapel

De dakkapel komt al eeuwen voor in de Nederlandse bouwtraditie. Oorspronkelijk diende hij om bovenste zolders bruikbaar te maken voor opslag of bediening; later werd hij ingezet om woonruimte te creëren op een verdieping die anders verloren was gegaan onder een schuin dak.

Hoofdgids · 18 min lezenComplete gids over dakkapellen
E-mail

Vroege voorbeelden

In de grachtenpanden van de zeventiende eeuw zien we al houten dakkapellen met klassieke lijstwerken en luiken. Ze hadden vaak een functioneel doel: licht en lucht in graanzolders, droogzolders of dienstvertrekken. De vormgeving was sober en volgde de architectuur van de gevel.

Industriële woningbouw

In de eerste helft van de twintigste eeuw, met de opkomst van arbeiders- en middenstandswoningen, werd de dakkapel een vast onderdeel van rijenwoningen. Het ging vaak om kleine, identieke kapellen op het achterdak, ontworpen om een slaapkamertje op zolder mogelijk te maken.

Naoorlogse standaardisering

Vanaf de jaren zestig werden dakkapellen steeds meer als prefab element ontworpen. Dat leidde tot een vrij uniforme uitstraling in veel naoorlogse wijken: een rechthoekige doos met plat dak, vaak bekleed met kunststof of polyester.

Hedendaagse benadering

Tegenwoordig wordt een dakkapel vaker gezien als een ontwerpelement. Welstandsnota's stellen eisen aan de breedte, hoogte en plaatsing, en architecten gebruiken zinken bekleding, slankere kozijnen of doorlopende dakkapellen om een eigentijdse uitstraling te bereiken.